De stoel

16-04-2024

Heb jij dat ook wel eens, het gevoel dat er voorwerpen in je leven zijn die als je ze ziet je blijven intrigeren. ik heb dat met "De stoel."

 

De kapperszaak van Opa. Het ontstaan.

Na wat speurwerk vond ik het volgende op internet

https://historischeprojecten.nl/geheugenvanhardenberg/2020/01/(Bron)

In februari 1928 was in het Sallands Volksblad het volgende te lezen:

In 1927 werd een schuur van de familie Middendorp zo verbouwd dat coiffeur Berend Valkman er een ‘naar de eischen des tijds’ ingerichte kapsalon kon beginnen. Valkman opende de deuren van zijn nieuwe zaak op 31 januari 1928. In datzelfde jaar trouwde hij met Johanna Christina Grootoonk. Ze woonden rechts naast de barbierszaak.

Het krantenartikel werd vergezeld met een advertentie en de foto van hiernaast:

“Ondergeteekende bericht hiermede aan zijn geachte clientèle, dat hij a.s. dinsdag 31 januari zijn nieuwe kapperszaak zal openen in het perceel, gelegen aan de Voorstraat naast de woning van dr. Kattenwinkel. Maandag 30 januari is zijn zaak wegens verhuizing gesloten.

B. Valkman, coiffeur, Hardenberg.” 

Zolang ik het mij kan herinneren is deze stoel al aanwezig in mijn bestaan maar wat is het verhaal achter deze stoel?

De stoel blijkt een familiestuk te zijn, helaas zonder enige financiële waarde, een stoel, één uit duizend. Een stoel die vroeger bij mijn moeder in de keuken stond, een stoel die  met verjaardagen en feestdagen verhuisde naar de woonkamer om daar deel te nemen aan de feestvreugde. De stoel laat door de slijtage zien dat het een veel bezeten stoel is. Als ik als kind de vraag stelde waar de stoel vandaan kwam werd er geantwoord “Uit de Kapperszaak van opa.”

Ik mocht vanochtend weer gebruik maken van de stoel om, omsloten door een kapperskleed met een tondeuse bewerkt te worden door Karin. Ze vraagt mij “En hoe had meneer het gehad willen hebben ?” Ik geef aan het deze keer maar kort te doen omdat gedekt niet meer zal lukken door mijn dun geworden haardos. Tijdens het knippen dacht ik, dit is het moment om het mysterie rond deze stoel te ontmaskeren.

Nu weet ik hoe oud de stoel ongeveer moet zijn en waar zijn beginbestaan heeft plaatsgevonden. Na wat speurwerk op internet kom ik erachter dat het wel een bekend model is. Het is een Thonet Cosmos stoel, geproduceerd circa 1920, uitgevoerd met een armleuning en een mooi gedecoreerd zitvlak. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog zijn oma en opa met hun kapperszaak verhuisd naar de Voorstraat 25. Op onderstaande foto is aan de rechterzijde de kapperszaak te zien en links was de woonkamer, de woonkamer werd alleen gebruikt voor speciale gelegenheden. Het dagelijkse leven speelde zich hoofdzakelijk af achter de woonkamer in de leef keuken.  Tijdens de tweede wereldoorlog werd de deel geconfisqueerd door de Duitsers omdat het een van de weinige panden was in Hardenberg met een eigen waterpomp. De deel werd hoofdzakelijk gebruikt om de paarden te verzorgen.

Ga je met mij mee? Dan zal ik proberen je rond te leiden door de kapperszaak en het huis van opa en oma voor zover ik het mij nog kan herinneren.

Het is een zonovergoten zaterdagmorgen ergens eind augustus in 1966. Ik moet ongeveer 5 jaar geweest zijn. De oude kerkklok luidt half elf. In het centrum van Hardenberg is het lekker druk. Omdat gisteren de meeste mannen thuis zijn gekomen met het begeerlijke bruin gekleurde loonzakje is het tijd voor de wekelijkse boodschappen en misschien wel een extraatje. Als ik in de Voorstraat voor de, inmiddels oude kapperszaak sta zie ik een met glas gesierde in het midden geplaatste deur. Aan beide zijden wordt de deur vergezeld door een groot raam waarop met witte verf de volgende tekst met de hand is geschilderd. “Coiffeur Valkman” De kozijnen verraden dat er al jarenlang geen schilder met een kwast op bezoek is geweest. Aan de binnenzijden worden de ramen en de deur vanaf de onderzijde half geblindeerd door oma's pas gewassen wit katoenen valletjes. Dit is gedaan zodat je niet zomaar kan zien wie er allemaal binnen op zijn beurt zitten te wachten. Vanaf de Vechtbrug komt een man aangelopen. De  man heeft duidelijk geen vertrouwen in het prachtige zomerweer want over zijn linkerarm bengelt vrolijk een zwarte paraplu heen en weer. Als ik achter de man naar binnen ga wordt ons bezoek luid aangekondigd door een oude geplatineerde bronskleurige bel die hevig heen en weer geschud wordt door een, met roest aangetaste stalen veer. Eénmaal binnen, voeten vegend op de "Gillette Platinum" reclamedeurmat word je van top tot teen geïnspecteerd door de wachtende lokale heren die aan tafel rustig op hun beurt zitten te wachten. Terwijl het bordje "Open" nog zachtjes na-danst tegen het raam van de deur zegt mijn opa met vriendelijke stem “Goedemorgen, kom binnen.” Vriendelijk? Jazeker wel, omdat elke klant van harte welkom is bij de altijd goedlachse en praatlustige Coiffeur Valkman. “Neemt u maar even plaats aan tafel want het is een beetje druk vanochtend.”  

Aan de rechterkant van de salon staat in het midden een grote donkerbruine tafel. Aan de krassen en deuken is te zien dat de tafel een veelgebruikt stuk inventaris is die aangeeft dat het wel een drukbezochte en populaire kapperszaak moet zijn in Hardenberg. Wat een buitenstaander niet weet is dat na sluitingstijd de tafel wel eens verandert in een door vrienden van Berend gebruikte kaarttafel. Tijdens het klaverjassen komt het veelvuldig voor dat de hevige strijd wordt geblust met een fles jonge Bols die dan meester moet worden gemaakt voor het einde van de avond en dat alles onder het genot van een sigaar, sigaret of een pluk pruimtabak. Pruimtabak is een veelgebruikte goedkope manier om de nicotinetekorten op gezette tijden aan te vullen. Het is de bedoeling het teveel aan opgewekt speeksel in de daarvoor bestemde kwispedoor te spuwen, dat niet iedereen daarin bedreven is wordt op de houten vloer wel zichtbaar gemaakt door de glimmende donkerbruine verkleuring om het van messing vervaardigde spuwpotje. Het midden van de tafel is niet moeilijk te vinden, hier heeft de asbak zijn plek veroverd door de scheidslijn te voorzien van zwarte brandplekken en een ring van as. Aan elke lange zijde van de tafel staan vier stoelen, inderdaad het soort stoel waarin ik gezeten heb om door Karin mijn haar te laten knippen. Van de acht stoelen zijn er nog twee vrij. Om te gaan zitten loop ik om de kachel heen waarop een grote waterketel zacht staat te stomen. Het is enige manier om aan warm water te komen. Ik kom er al snel achter waarom de twee stoelen achter de kachel als laatste bezet worden want binnen de kortste tijd loopt het zweet uit alle poriën naar plekken waar vandaag de zon nog niet heeft geschenen. Op de tafel ligt het bekende leesvoer zoals de wekelijkse regionale krant, het Sallands Volksblad en natuurlijk de pikante weekbladen die door de heren thuis niet gelezen mogen worden, nou ja lezen, door de heren worden de schaars geklede dames gewaardeerd met een cijfer. Het opvallende van deze score is dat moeders de vrouw, deze hoogte bij lange na niet haalt, maar ja of de dames net zo goed bedreven zijn in het huishouden en koken is maar de vraag. De gesprekken die aan tafel verder gevoerd worden gaan hoofdzakelijk over de alledaagse stadse gebeurtenissen, deze worden natuurlijk ondersteund door lokale roddels van die week.

 

 

 

“En Herman, nog wat moois onder het mes gehad ?” begint een grijze belegen man die wel een beetje weg heeft van Simon Carmiggelt. Het is een niet veelzeggende man maar hij weet wel met een oneliner een gesprek op gang te brengen wat vaak nog eindigt in zijn voordeel. Herman is de  lokale slager die zijn slagerij gevestigd heeft aan het grote, met oude eikenbomen omringde stadsplein naast de oude hervormde kerk. Herman slaat de krant opzij, blaast een grote rookpluim uit van zijn net aangestoken bolknak. De bolknak wordt met voorzichtigheid behandeld omdat hij deze net voor 25 cent heeft aangeschaft bij Johan van de tabakszaak J. Derksen aan de overkant van de straat. "Nou dat je het zegt." begint Herman met een  rauwe nicotinestem. "Ik heb vorige week nog een koe gekocht en kunnen slachten dus als je nog een mooi stukje vlees wil moet je straks maar even meelopen. Als het goed is gaat de vrouw zo dadelijk boodschappen doen dus kan ik ook nog een leuk prijsje maken." Hieruit blijkt maar weer dat ook bij Herman de vrouw de broek aan heeft en de volledige regie heeft over de knip. "En volgende week zal de droge worst ook goed zijn dus gaan die ook in de aanbieding" Als je praat over een fijne droge worst dan moet je die toch echt van Herman hebben, wereld beroemd van Hardenberg tot Bruchterveld, ambachtelijk gedroogd en goed gekruid.  Zo, nu genoeg reclame gemaakt.

"Zo meneer, dat is weer zo glad als een ijsbaan." Zegt Berend voldaan met het scheermes nog in zijn hand. "Wilt u meteen afrekenen of moet het bij op de lat?"  Karel haalt het bekende lichtbruin papieren zakje uit zijn binnenzak. Met een potlood is zijn naam op de voorzijde geschreven en het bedrag wat hij die week verdiend heeft stond eronder. Seine is zijn naam. Hij kijkt in het loonzakje en zegt met een vrolijk gezicht. "Reken alles maar af want ik heb deze week een meevallertje in mijn loonzakje. Het overwerk heeft zijn vruchten afgeworpen." Berend pakt een klein  boekje uit de lade, Dit boekje wordt gesierd door een zwart lederen band, op de voorzijde staat een in goud gedrukte sierlijke B. Dit boekje heeft hij gekregen van oma om de tegoeden bij te houden van de klanten die de betaling op een later tijdstip willen voldoen.  Het boekje wordt geopend en na een snel rekensommetje zegt Berend " Eén knipbeurt en drie keer scheren dat is dan zes gulden en tachtig cent." Uit het loonzakje wordt een briefje van vijf gepakt en een handvol kleingeld geschud. "Hier heb je zeven gulden en laat de rest maar zitten" Berend lacht en grijpt naar een flesje Fresh Up "Kom eens even, krijg je van mij nog een lekker ruikertje" Met een elegante beweging wordt Karel voorzien van een wolk aftershave. "Dank je, nog een fijne dag allen" Zijn aftocht wordt nog eens versterkt met het rinkelen van de deurbel. De deur sluit en Berend pakt snel zijn kop thee.

"Wie is er aan de beurt?" vraagt Berend met de inmiddels koud geworden kop thee nog in zijn hand. Achter aan de tafel wordt een weekblad ruw op tafel gesmeten en met een even ruwe beweging staat er een gigantische Goliath op, handen als kolenschoppen en zijn hoofd heeft het formaat Frankenstein. Zijn stoel stuitert achteruit en komt met een luide knal tegen het grote aquarium dat tussen de tafel en de wand is geplaatst. De vissen schieten van schrik alle richtingen uit en binnen de kortste keren is er bijna geen vis meer te zien op een enkeling na die deze aanval wél aandurft of zo snel geen schuilplaats kon vinden. De man die aan tafel genoeglijk naar de vissen zat te kijken en eveneens schrok durfde het aan een reactie te geven. "Maar goed dat het glas dik genoeg is anders hadden wij ook nog een bad gehad." De Goliath keek niets zeggend de man aan met een boze blik en ging met rasse schreden op Berend en de kappersstoel af. De man aan tafel keek een beetje angstig terug naar het aquarium om verder te gaan genieten van de terugkerende vissen. 

Berend zet zijn theekop op de witmarmeren plaat voor de spiegel neer. Hij bekijkt de man eens goed en komt er al snel achter dat hij wel een knip- en scheerbeurt kan gebruiken dus vraagt Berend "Wat kan ik voor u betekenen ?"  "Alleen een beetje bijknippen" geeft de man aan met norse stem. Berend denkt bij zichzelf,  ik zal die beste man zijn humeur eens opvrolijken. Berend slaat de kapperscape om de man en zegt met een lach op zijn gezicht "Bij knippen is mij nog nooit gelukt, als ik dat zou kunnen was er goud voor mij te verdienen."  De man draait zich half om richting Berend en reageert met grote gefronste wenkbrauwen "Goud verdienen ? Schiet nou maar op want de aardappelen moeten dit weekend nog uit de grond dus niet lullen maar zakken vullen, ik heb geen tijd voor dat soort onzin." Zo dat was duidelijk, zwijgend pakt Berend zijn kappersschaar en begint met de bijna onmogelijke uitdaging om van dit kapsel nog iets te kunnen maken. Na ongeveer 20 minuten in doodse stilte de man bewerkt te hebben vraagt Berend met een spiegel draaiend achter de man. "Zo naar wens of zal ik er nog wat model in brengen met Brylcreem ?" "Mooi zat zo, wat kost me dat ?" vraagt de man. "Doe maar twee gulden vijftig" zegt Berend. De man betaalt en verlaat zwijgend de zaak. De deurbel rammelt wild op en neer als de man de deur met een knal sluit. "Die man was niet zo aardig" Berend is blij dat de man vertrokken is. "Wie volgt?" klinkt er door de zaak. De volgende klant staat op en neemt plaats in de grote oude  leren kappersstoel waarvan Berend het zitkussen net heeft omgedraaid.

Zacht gaat achter in de kapperszaak de deur open, daar verschijnt oma, een welgeklede vrouw achter in de vijftig met een sneeuwwit schort voor. "Ger ga je met mij mee? Je moet nog eten, ik ga een eitje bakken dus kom maar gauw." Ik sta op vanuit de stoel die misschien nu wel deel uitmaakt maakt van onze inventaris. Gelukkig weg bij de warme kachel, met het gevoel dat ik een tomatenrood hoofd heb loop ik naar de deur. Het is een witte deur met 11 geslepen ruitjes, aan het slijtage onderhevige deurbeslag is te zien dat deze deur regelmatig geopend en gesloten wordt. Ik loop een lange met Bentheimerzandsteen geplaveide gang in. Aan de linkerkant wonen mijn oom, tante en twee neefjes, het is de bedoeling dat mijn oom de zaak zal overnemen als opa met pensioen gaat, wanneer ? Als zelfstandig ondernemer weet je het nooit. Ik loop achter oma aan en we gaan links een deur in naar de keuken van oma en opa. Hier word ik meteen omringd door de onmiskenbare geur van pas gebakken koekjes vermengd met petroleum. De petroleumgeur die veroorzaakt wordt door een wit driepits "Mont Blanc" petroleumstel. Op het petroleumstel staat een pan met daarin een groot stuk stoofvlees wat hier een paar uur zal staan te sudderen. Het stuk stoofvlees wordt bereid voor morgen want het zondagsmaal is nog altijd het culinaire hoogtepunt van de week.

Oma heeft inmiddels een klont roomboter in de pan gedaan. Terwijl de boter spetterend op temperatuur komt snijd oma twee  boterhammen die daarna rijkelijk  worden  gesmeerd met dezelfde roomboter. Met een tik op de rand van de pan wordt er een ei in de pan gedaan. Oma vraagt "Dooiers heel of stuk? Het zijn grote dubbeldooiers die wij van tante Mina hebben gekregen" Tante Mina is één van oma's zusters. "Doe maar stuk en mag ik er ook een plakje kaas onder?" "Tuurlijk wel" zegt oma terwijl ze het ei omdraait in de pan. Bij oma kun je dit soort vragen rustig stellen want als er één iemand is die weet wat verwennen is... juist, Oma. Het ei is inmiddels klaar en oma laat het sierlijk vanuit de pan op de boterham glijden die lag te wachten op een bord. De andere boterham wordt er omgekeerd bovenop gelegd en het geheel rustig en precies in het midden doorgesneden. Tijdens mijn eerste hap wordt er een grote beker gevuld met chocolademelk. De beker wordt aan de rand, net als het bord, gesierd met het welbekende boerenbont. 

 

 

 

Als je twee boterhammen met kaas en ei van oma op wil eten moet je heel wat in je mars hebben. Na driekwart ben ik aardig vol en voldaan. Oma kijkt en zegt "Is het te veel? geeft niets jongen, als je niet meer lust geef je de rest maar aan Trixie." Trixie is de hond, steun en toeverlaat van opa. Als opa in de buurt is vind je Trixie op zijn schoot. Ik weet niet of Trixie wel onder de categorie hond mag vallen. Trixie was het soort hond waarmee je niet over straat wil lopen. Hij was van het merk Dwergpinscher en daarmee is ook alles gezegd. Het model lijkt meer op een te vol opgeblazen rugbybal met aan de onderzijde vier sperzieboontjes geplakt, in verhouding lijkt het koppie op een pingpongballetje. Kort gezegd, te dik! Het grootste deel van de dag brengt hij naast het fornuis slapend door op een kussen in zijn half afgeknabbelde rieten mandje. Als het echt moet wordt het slapen onderbroken door een sanitaire stop, na een kort rondje zijn behoeften gedaan hebbend gaat hij vlug weer terug. Met luid gesnurk geeft het te dikke oude lichaampje aan dat magere Hein nog niet langs komt bij Trixie maar veel leven zit er ook niet in.  Het beestje is geen kindervriend dus spelen is geen optie, het wordt dan ook snauwend afgestraft zodat je weet dat je deze terror maar beter met rust kunt laten. Het laatste stukje brood wil ik aanbieden aan Trixie, ik sta op en als ik in de buurt van het mandje kom begint hij angstaanjagend te grommen en laat zijn laatste paar overgebleven scheefgegroeide tandjes zien. Op een afstandje gooi ik het stukje brood richting Trixie. Hij grijpt mis waardoor het plakje kaas op zijn kop beland. Ik moet wel lachen hoe Trixie probeerde zich in een bocht te wringen zodat hij toch het plakje kaas kan verorberen maar dit wordt bemoeilijkt door zijn tonnenronde lichaampje.

Trixie is weer snurkend met z'n grote hobby slapen verdergegaan. Oma moet nog verder met het huishouden, morgen is het zondag en voor die dag moet alles spic en span zijn. Dit is een mooie gelegenheid om met mijn neefjes de middag spelend door te brengen. "Ik ga spelen." riep ik naar oma "Moet je nog naar het kleine kamertje? Doe dat dan eerst." Ik moet wel plassen maar voor de kleine boodschap mag je niet naar het kleine kamertje maar moet ik achter de deel naar buiten in de put mijn behoefte doen. Voor vliegen en andere insecten is het putje dan ook een luilekkerland maar voor mensen is de lucht niet te harden. Het kleine kamertje bevind zich op de deel onder de trap, zonder licht en zonder toiletpapier. Toiletpapier bestond in die tijd wel maar waarom zou je het geld twee keer uitgeven als het in repen gescheurde Sallands Volksblad ook aan alle eisen voldoet. Alleen als mannen een grote boodschap moeten, en de vrouwen, mogen gebruik maken van de kakdoos. Het behoeftige bezoek werd in die tijd gedaan op een houten kist, voorzien van een rond gat met een rond deksel, hier kon je gaan zitten om je ontlasting de vrije loop te laten in de emmer of ton. Alleen de grote boodschap mocht op de privaatemmer, anders zou die te snel vol zijn. Aansluiting op de riolering kwam pas in de late jaren zestig. De gemeente was wel bezig met het aanleggen van een riolering maar dat was nog ver verwijderd van de kapperszaak. De prioriteit werd aan de andere kant van de stad gelegd omdat daar de burgemeester en de plaatselijke notaris hun villa hadden.

 

 

 

 

 

 

Voor alle huizen in Hardenberg die nog niet aangesloten zijn op het rioleringsstelsel rijdt er ’s avonds nog steeds een speciale kar door de straten om uitwerpselen op te halen. De ratel van de voerman gaf, naast de stank aan dat de kar gearriveerd was. De vrouwen kwamen dan met hun privaatemmers naar buiten om die in de ‘Boldootwagen’ te legen. Boldoot was een fabriek die eau de cologne en zeep maakte.

Zo, de broek dicht en terug naar de deel waar mijn neefjes inmiddels aan het spelen zijn. De deel wordt voor een groot deel gebruikt als opslag voor de naastgelegen groenteafdeling van de IFA supermarkt. Het is dan ook een feest om van de lege groentekratten een burcht te bouwen om daarna elkaar te bestoken met onze zelfgemaakte zwaarden. De oude houten trap naar de bovenverdieping, waar de slaapvertrekken zijn, diende als uitkijk toren. Vanuit hier kun je de vijand aan zien komen die de burcht probeert aan te vallen vanuit de twee openstaande staldeuren. Omdat de opslag niet alleen uit lege kratten bestaat maar ook voor een deel gevuld is met groente en fruit, hebben wij tijdens het spelen ook diverse kwaliteits controles uitgevoerd op het fruit dat voorhanden is. Dan gaat de deur naar de gang open en verschijnt mijn moeder met wie ik die ochtend met de trein vanuit Almelo was gekomen. "Ger kom je, je vader komt ons zo ophalen dus moeten wij zorgen dat wij klaar staan." Even later klinkt de onmiskenbare wat schorre claxon van vaders oude Opel.

Na afscheid genomen te hebben van iedereen wordt de lange reis naar Almelo ingezet. Als we wegrijden staat mijn lieve oma ons nog lang na te zwaaien.

Bronvermelding

Foto stoel: Eigenwerk

Foto en kranten knipsel kapper Valkman:  Historische projecten https://historischeprojecten.nl/geheugenvanhardenberg/toen-op-31-januari-1928-opening-barbier-valkman/

Foto Loonzakje: Door BloemenV - Eigen werk, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=69998192

Foto Voorstraat Hardenberg: http://fotos.serc.nl/overijssel/hardenberg/hardenberg-55173/

Foto Kwispedoor:  Bloemen V  https://nl.wikipedia.org/

Foto Auto: Elmschrat - Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=12631217

 

Met dank aan Theo Bennes voor de schrijf technische adviezen theobennes.nl 

Laat gerust een reactie achter. Het doet geen pijn 😉

Reactie plaatsen

Reacties

Minie
2 jaar geleden

Heel leuk stukje ger, leuk om te lezen. Gr.minie

Maak jouw eigen website met JouwWeb